Edese Schapen











 


Edese kudden

Vader van den Brandhof (interview najaar 2004)
De vader van beide broers Aart en Henk is de inmiddels 77-jarige Bart van den Brandhof.
De heer Van den Brandhof was herder gedurende de periode 1975 tot 1992 van de bij zijn aantreden enige kudde, de kudde op de Ginkelse heide.

De tweede kudde
Snel na zijn aanstelling als herder werd de tweede kudde opgericht die werd gerund door de eerste herderin in Ede, Anita van Ingen. Toen zij er mee ophield in 1977 nam Aart de taak als herder over.
Toen de heer Van den Brandhof in 1992 moest stoppen, hij werd immers 65 jaar en was keurig in dienst van de stichting, nam zijn zoon Henk zijn kudde over. We kunnen dus met recht zeggen dat de Van den Brandhof’s vanaf 1975 de vaste herders zijn van de Edese schapen, dat is best uniek. Temeer omdat geen van de 11(!) kinderen van Van den Brandhof aanstalten maakte om herder te worden. Ook Henk en Aart in eerste instantie niet al was Aart van jongs af aan al gek met dieren. Beide broers waren werkzaam in de bouw en hadden het daar best naar hun zin al kriebelde het altijd bij Aart als hij zijn vader zag lopen op die grote uitgestrekte heide samen met zijn hond en de kudde. De vrijheid en het één zijn met de natuur waren ook de grote drijfveer van Bart van den Brandhof.

Het begin
Hij had niet echt verstand van schapen toen hij in 1975 begon als herder, maar met dieren kon hij goed overweg. Hij had vanaf 1948 op boerderij ‘De Kreel’ gewoond en werkte bij boer Prangsma waar hij onder andere de koeien moest verzorgen. Vroeg op was dus totaal geen probleem voor hem. Daar stond tegenover dat ze ook nooit laat naar bed gingen. Hij herinnert zich nog dat het vroeger heel normaal was dat als er visite kwam die al om zeven uur op de stoep stond maar ook weer om negen uur naar huis vertrok omdat men altijd weer vroeg op moest staan.
Ook herinnert hij zich nog heel goed zijn eerste werkdag, om precies te zijn 1 juni 1975. De volgende dag toen hij thuis kwam, zijn tweede dag als herder dus, stond namelijk de hele veeschuur van boer Prangsma in de brand. In totaal zijn er toen twee schuren volledig afgebrand waarbij zes vette stieren om het leven zijn gekomen. Zoiets vergeet je echt niet.

Noodweer
Wat hij ook nooit is vergeten was die keer toen er in de zomer ineens uit het niets een enorm onweer losbarstte. Hij kon onmogelijk tijdig terugkeren naar de veilige kooi en de kudde werd toen wreed getroffen door de bliksem; drie schapen op slag dood en twee bewusteloos en dat op maar een paar meter afstand van de onfortuinlijke herder die achteraf gesproken gewoon geluk heeft gehad. De twee bewusteloze schapen werden later gelukkig levend teruggevonden.
Ook werden er nog wel eens schapen gestolen, met name tijdens de ramadan, maar één keer was het wel heel erg raak, toen verdwenen er in een nacht maar liefst vijf schapen.

Mooie momenten
Op mijn vraag of hij nog leuke herinneringen heeft moet Bart heel diep nadenken. Alles was eigenlijk best mooi, lekker primitief nog. Er was bijvoorbeeld geen elektriciteit in de kooi en het water kwam uit de pomp. Dus als de lammetjes werden geboren had je slechts verlichting van twee kleine gaslampjes en moest hij heet water meenemen van de boerderij. Toch had dat wel wat.

Militairen
Wat hem is bijgebleven zijn de vele mooie en leuke momenten met de destijds veelvuldig op de heide oefenende militairen. Prachtig was dat. Hij herinnert zich nog goed dat een groepje militairen in de mess-tent (de keuken) met brood gingen gooien. Ja, dat moet je bij een kudde schapen dus niet doen want in een mum van tijd stond de hele kudde in de tent alle brood van die dag op te eten. .
Ook is hij een keer meegenomen in een heuse tank en hebben ze een rondje gereden over de hei, schitterend vond hij dat. De kudde werd toen in bedwang gehouden door zijn trouwe hond en een groepje militairen. Hij vond de militairen altijd geweldig, ze maakten nooit rotzooi, alles werd altijd keurig opgeruimd. Dat was bij dagjesmensen wel eens anders!

Kluutschop
Bart werkte altijd met één hond en had een ‘kluutschop’ bij zich, een lange stok met onderaan een klein schepje. Dan kon je een kluit aarde opscheppen en zo wegwerpen dat deze precies voor de kudde terecht kwam waarna de schapen de andere kant op liepen. Dat werkte prima.

Hij verzaakte nooit
In die 17 jaar heeft hij het altijd bijzonder naar zijn zin gehad, al was de spanning in de lammerentijd wel eens ondraaglijk en sliep hij ook niet al te best volgens mevrouw Van den Brandhof, maar hij verzaakte nooit. Zelfs met griep liep hij nog met de kudde op de hei. Als het dan echt niet anders kon nam Jan Janssen de kudde mee naar buiten want grazen moesten ze. 'Wij slaan toch ook geen maaltijd over, vervolgt Van den Brandhof.
'Mensen zeggen wel eens dat schapen dom zijn, nou dat gaat mooi niet op voor alle schapen. Ik had in mijn beginjaren een schaap, nummer 122, en als we dan terugliepen naar de stal kwam deze steevast naast me lopen, jaar in jaar uit, dat was echt opmerkelijk'.

Dit zijn mooie momenten uit het leven van een gedreven man die 17 jaar met veel plezier en passie over de Edese heidevelden heeft gelopen met zijn 150 schapen en die ene hond.

Gesprek met Aart          Gesprek met Henk